ECLI:NL:HR:2001:AD5336
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep ongegrond in belastingaanslag inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende werd voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van f 68.730. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.
Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad met twee middelen. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat, gelet op artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
De Hoge Raad wees het beroep af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Van Brunschot, Lourens en Bavinck op 9 november 2001.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 1996.