ECLI:NL:HR:2001:AD5363
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- A.G. Pos
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen
In deze zaak heeft verzoekster, met een op 7 maart 2001 gedateerd verzoekschrift, de Rechtbank te Amsterdam verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling. De Rechtbank heeft op 10 april 2001 het verzoek afgewezen. Hierop heeft verzoekster hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam. Het Hof heeft op 22 mei 2001 verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. Tegen deze beslissing heeft verzoekster beroep in cassatie ingesteld. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier was om het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 21 december 2001 geoordeeld dat de in de middelen aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Dit oordeel is gebaseerd op artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, wat inhoudt dat er geen nadere motivering nodig is, aangezien de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft het beroep van verzoekster verworpen, waarmee de eerdere uitspraken van de Rechtbank en het Gerechtshof in stand blijven. Dit arrest is openbaar uitgesproken door raadsheer A. Hammerstein, en de zaak is behandeld door de raadsheren C.H.M. Jansen als voorzitter, A.G. Pos en P.C. Kop.