ECLI:NL:PHR:2001:AD5363
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn in schuldsaneringsregeling
Verzoekster had bij de Rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, dat op 10 april 2001 werd afgewezen wegens gebrek aan goede trouw. Tegen dit vonnis kon binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld. Verzoekster stelde het hoger beroep echter pas in op 25 april 2001, ruim na het verstrijken van de termijn.
Het Hof verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk vanwege deze overschrijding en oordeelde dat zij in redelijkheid sneller had moeten handelen. Verzoekster stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Deze bevestigde de strikte toepassing van de beroepstermijn zoals neergelegd in artikel 292 lid 2 van Pro de Faillissementswet en wees op het belang van rechtszekerheid.
Hoewel de Hoge Raad enige ruimte laat voor uitzonderingen bij fouten van de griffie waardoor de belanghebbende niet tijdig van het vonnis op de hoogte kon zijn, was dit in deze zaak niet aan de orde. Zelfs bij de gunstigste veronderstellingen was het hoger beroep te laat ingediend. De klacht dat de termijn onredelijk bezwarend zou zijn, werd niet ontvankelijk verklaard. De conclusie van de Advocaat-Generaal luidde tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Hoger beroep van verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke beroepstermijn.