ECLI:NL:HR:2001:AD5365
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A. E. M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling
In deze zaak heeft verzoekster tot cassatie, die zich tot de Rechtbank te Haarlem heeft gewend, verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling. Dit verzoek werd op 10 april 2001 ingediend. De Rechtbank heeft verzoekster op 17 april 2001 gehoord en heeft vervolgens bij vonnis van die datum het verzoek afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam. Na een mondelinge behandeling op 18 mei 2001 heeft het Hof op 22 mei 2001 het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd. Tegen deze beslissing heeft verzoekster beroep in cassatie ingesteld, waarbij het cassatierekest aan het arrest is gehecht.
De Advocaat-Generaal J. Spier heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 21 december 2001 geoordeeld dat de klachten die in het cassatiemiddel zijn aangevoerd, niet tot cassatie kunnen leiden. Dit oordeel is gebaseerd op artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, dat bepaalt dat geen nadere motivering vereist is wanneer de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad heeft het beroep van verzoekster verworpen, en het arrest is openbaar uitgesproken door raadsheer A. Hammerstein.