ECLI:NL:HR:2001:AD5365

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 december 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/071HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • A. E. M. van der Putt-Lauwers
  • O. de Savornin Lohman
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 313 FaillissementswetArt. 63 FaillissementswetArt. 101a Wetboek van RechtsvorderingWet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen afwijzing schuldsaneringsregeling verzoek

Verzoekster heeft op 10 april 2001 bij de Rechtbank Haarlem een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft dit verzoek op 17 april 2001 afgewezen na een mondelinge behandeling waarbij verzoekster is gehoord. Hiertegen stelde verzoekster hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam, dat bij arrest van 22 mei 2001 het vonnis van de rechtbank bekrachtigde.

Vervolgens heeft verzoekster beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering, omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Herrmann (voorzitter), van der Putt-Lauwers en de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Hammerstein op 21 december 2001.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

21 december 2001
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/071HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.A.M. Perquin.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 10 april 2001 ter griffie van de Rechtbank te Haarlem ingediend verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
Nadat de Rechtbank [verzoekster] ter terechtzitting van 17 april 2001 had gehoord, heeft zij bij vonnis van die datum het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Na mondelinge behandeling op 18 mei 2001 heeft het Hof bij arrest van 22 mei 2001 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot be-antwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A. E. M. van der Putt-Lauwers en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 21 december 2001.