ECLI:NL:HR:2001:AD5395
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen zonder voorafgaande schriftelijke machtiging afgewezen
Klaagster werd op 5 juni 2000 aangehouden als medeverdachte in een onderzoek naar handel in softdrugs. Tijdens een doorzoeking verleende de Rechter-Commissaris mondeling een machtiging tot conservatoir beslag, waarna de schriftelijke machtiging achteraf op 6 juni 2000 werd verstrekt. Klaagster verzocht de rechtbank om teruggave van de voorwerpen omdat de schriftelijke machtiging niet vooraf was verleend.
De rechtbank verklaarde het beklag ongegrond en oordeelde dat de rechterlijke toetsing vooraf had plaatsgevonden, ondanks de latere schriftelijke machtiging. Tevens achtte de rechtbank het niet onwaarschijnlijk dat klaagster een geldboete of ontnemingsmaatregel zou krijgen, waardoor het beslag op zijn plaats was.
De Hoge Raad bevestigde dat de schriftelijke machtiging vooraf vereist is, maar dat in uitzonderlijke gevallen het verzuim niet tot schade leidt voor de betrokkene. Aangezien klaagster geen concreet belang had aangetoond dat door het verzuim was geschaad, werd het beroep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beklag tegen de inbeslagname wordt ongegrond verklaard.