ECLI:NL:PHR:2001:AD5395
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en opportuniteit van conservatoir beslag zonder voorafgaande schriftelijke machtiging
De zaak betreft het cassatieberoep tegen een beslissing van de Arrondissementsrechtbank Leeuwarden waarin een klaagschrift tot teruggave van inbeslaggenomen goederen werd afgewezen. Klaagster was als verdachte aangehouden wegens medeplegen en haar televisie, videorecorder en afstandsbedieningen waren in beslag genomen.
De kern van het geschil was of het conservatoir beslag rechtmatig was gelegd zonder voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris, zoals vereist in art. 103 Sv Pro in samenhang met art. 94a Sv. De rechtbank oordeelde dat de belangen van klaagster niet waren geschaad omdat achteraf alsnog schriftelijke machtiging was verleend en de rechter-commissaris alle relevante aspecten had meegewogen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat het ontbreken van een voorafgaande schriftelijke machtiging niet per definitie leidt tot onrechtmatigheid of belangenbeschadiging, mits achteraf toetsing heeft plaatsgevonden en het beslag opportuun is. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en concludeerde dat de rechtbank de juiste maatstaf had toegepast en voldoende had gemotiveerd.
De uitspraak benadrukt het belang van rechterlijke toetsing voorafgaand aan beslaglegging, maar erkent ook de praktische omstandigheden waarin achteraf schriftelijke machtiging kan worden verleend zonder dat de belangen van de betrokkene worden geschaad.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het conservatoir beslag zonder voorafgaande schriftelijke machtiging is rechtmatig en opportuun.