ECLI:NL:HR:2001:AD6428
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privé- of ondernemingsvermogen van regresvorderingen na aflossing schulden
Belanghebbende, directeur en aandeelhouder van twee vennootschappen, had in 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd gekregen die na bezwaar was verminderd. Het geschil betrof de vraag of regresvorderingen die ontstonden door aflossing van schulden van de vennootschappen en privé-schulden aan de bank, tot het ondernemingsvermogen konden worden gerekend en dus afgetrokken mochten worden van het belastbare inkomen.
Het Hof oordeelde dat de zekerheidsstelling die belanghebbende had gegeven voor de kredieten aan de vennootschappen privé van aard was gebleven, ook nadat het campingbedrijf en de daarbij behorende grond in 1987 aan belanghebbende waren overgedragen. De regresvorderingen die voortvloeiden uit de aflossing van deze schulden behoorden daarmee tot het privévermogen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. Het oordeel van het Hof was niet onbegrijpelijk en berustte op een juiste rechtsopvatting. De afwaardering van de regresvorderingen kon daarom niet in mindering worden gebracht op het belastbare inkomen. De Hoge Raad wees ook proceskostenveroordeling af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat regresvorderingen tot het privévermogen behoren en niet aftrekbaar zijn.