ECLI:NL:HR:2001:AD6430
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep ongegrond in zaak over aanslag inkomstenbelasting 1994
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van 268.505 gulden. Na bezwaar bleef de Inspecteur bij zijn standpunt, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof bevestigde de aanslag en de uitspraak van de Inspecteur.
Belanghebbende stelde vervolgens vier middelen in cassatie bij de Hoge Raad tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat deze middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het beroep ongegrond. Hiermee kwam een definitief einde aan de procedure over de aanslag inkomstenbelasting 1994.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1994 blijft gehandhaafd.