ECLI:NL:GHARN:2001:AB0960
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- F.J.P.M. Haas
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale behandeling van erfpachtrecht bij staking onderneming en overdracht
Belanghebbende verkreeg in 1971 een erfpachtrecht van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders zonder betaling, als onderdeel van de start van zijn nieuwe onderneming te Q. Dit erfpachtrecht werd toegekend na beëindiging van een pachtovereenkomst met de gemeente R, die grond nodig had voor stadsuitbreiding. De Inspecteur stelde bij de aanslag inkomstenbelasting 1994 een bedrag van ƒ 110.396,- bij als voordeel uit het erfpachtrecht, opgenomen in de stakingswinst bij overdracht van de onderneming aan de zoon.
Belanghebbende betwistte dat dit voordeel tot de stakingswinst behoort, stellende dat het erfpachtrecht een zelfstandige bedrijfshandeling vormde, los van de staking van de onderneming te R. Het Hof stelde vast dat de toewijzing van het erfpachtrecht afhankelijk was van de Rijksdienst en niet van de gemeente, en dat er geen formele of materiële overdracht van het pachtrecht had plaatsgevonden.
Het Hof oordeelde dat het erfpachtrecht niet kon worden gezien als vergoeding voor het prijsgeven van het pachtrecht en dat het voordeel uit het erfpachtrecht als eerste bedrijfshandeling van de nieuwe onderneming moest worden beschouwd. Het voordeel kwam pas tot uiting bij staking in 1994 en viel niet onder de landbouwvrijstelling. Het beroep van belanghebbende werd afgewezen en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt afgewezen en de aanslag inkomstenbelasting 1994 wordt gehandhaafd.