ECLI:NL:HR:2001:ZC3632
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid Hardstaal Holding in aannemingsovereenkomst met Bovry
Bovry heeft Hardstaal Holding gedagvaard wegens niet-nakoming van een aannemingsovereenkomst voor de levering en montage van een staalconstructie voor een sporthal. Bovry vorderde betaling van een bedrag van ƒ 129.629,-- vermeerderd met rente, met bevestiging van de partiële ontbinding van de overeenkomst. De Rechtbank wees de vordering deels toe, het Hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde Hardstaal Holding tot betaling van ƒ 57.794,-- plus rente.
Hardstaal Holding stelde in hoger beroep en cassatie dat niet zij, maar Hardstaal B.V. partij was bij de overeenkomst. Het Hof oordeelde echter dat Bovry redelijkerwijs mocht vertrouwen dat zij met Hardstaal Holding contracteerde, mede gelet op het briefpapier, het handelsregisternummer en het adres. De Hoge Raad verwierp de klachten van Hardstaal Holding over dit oordeel, omdat het Hof zijn feitenoordeel voldoende had gemotiveerd en dit in cassatie niet aan toetsing onderhevig is.
Verder werd het bewijsaanbod van Hardstaal Holding om aan te tonen dat het werk goedkoper had kunnen worden uitgevoerd, door het Hof als onvoldoende gespecificeerd afgewezen. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel niet onbegrijpelijk was. Het cassatieberoep werd verworpen en Hardstaal Holding werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat Hardstaal Holding aansprakelijk is voor de schadevergoeding aan Bovry.