ECLI:NL:HR:2001:ZC3656
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- C.H.M. Jansen
- H.A.M. Aaftink
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt merkrechtbescherming en handelsnaamgebruik Hooters in Benelux
In deze zaak vorderden Hooters Inc. c.s. dat Rowa c.s. het gebruik van het woord- en beeldmerk Hooters en de handelsnaam Hooters in de Benelux onmiddellijk staakten. De President van de Rechtbank Amsterdam wees de voorzieningen aanvankelijk af, maar het Gerechtshof Amsterdam vernietigde dit vonnis en gaf Hooters c.s. gelijk. Rowa c.s. stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad bevestigde dat het gedeponeerde merk HOOTERS bescherming geniet zolang het niet is vervallen, ongeacht het feitelijke gebruik binnen de Benelux. Het Hof had terecht geoordeeld dat het gebruik van het merk en de handelsnaam door Rowa c.s. in strijd was met het merkrecht van Hooters Inc. c.s. en dat Rowa c.s. onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de handelsnaam Hooters vóór het merkdepot hadden gevoerd.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het begrip 'waren' in artikel 5a Handelsnaamwet mede diensten omvat, en dat de vordering tot het overleggen van een accountantsverklaring over de door Rowa c.s. genoten bruto winst toewijsbaar was. Het cassatieberoep werd verworpen en Rowa c.s. werden veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat Rowa c.s. het gebruik van het merk en de handelsnaam Hooters in de Benelux moeten staken.