ECLI:NL:HR:2001:ZC8113
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt actuarieel waarderen pensioenvoorzieningen door directiepensioenlichaam
Belanghebbende, een directiepensioenlichaam, had voor het jaar 1994 een aanslag vennootschapsbelasting ontvangen die zij betwistte. De Inspecteur handhaafde de aanslag, maar het Hof vernietigde deze en stelde een lagere aanslag vast. Belanghebbende stelde in cassatie dat zij de pensioenvoorziening lineair mocht opbouwen zonder rekening te houden met rente en sterfte.
De Hoge Raad oordeelde dat directiepensioenlichamen, die vergelijkbaar zijn met levensverzekeringsmaatschappijen, hun pensioenvoorzieningen actuarieel moeten waarderen volgens goed koopmansgebruik. Dit betekent dat zowel rente als sterftefactoren in acht moeten worden genomen, ook als het aantal verzekerden gering is.
Het beroep van belanghebbende faalt daarmee. De Hoge Raad bevestigt dat het lineaire waarderingsmodel niet toelaatbaar is in deze context. Er is geen sprake van ongelijke behandeling met lichamen die pensioenverplichtingen in eigen beheer houden. De proceskosten worden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; de pensioenvoorziening moet actuarieel worden gewaardeerd.