ECLI:NL:PHR:2002:AE1527
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toelaatbaarheid premie-bij-indiensttreding-methode bij pensioenwaardering in eigen beheer
In deze zaak staat de waardering van pensioenverplichtingen in eigen beheer centraal, waarbij belanghebbende de premie-bij-indiensttreding-methode hanteerde. Deze methode houdt in dat de voorziening wordt berekend door van de contante waarde van toekomstige pensioenuitkeringen de contante waarde van toekomstige premies af te trekken, alsof vanaf indiensttreding gelijkblijvende premies werden betaald.
De Inspecteur verwierp deze methode en eiste toepassing van de koopsommenmethode. Het Hof verwierp de premie-bij-indiensttreding-methode en de combinatie daarvan met de koopsommenmethode, maar achtte de premie/koopsommethode wel toelaatbaar. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris gingen in cassatie.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof zich onjuist heeft laten leiden door een arrest uit 1980 dat niet van toepassing is op deze casus, omdat het hier gaat om pensioenverplichtingen in eigen beheer tegenover slechts enkele gerechtigden. De conclusie is dat de premie-bij-indiensttreding-methode, inclusief passivering van back-service in één keer, niet kan worden afgewezen en binnen goed koopmansgebruik en de regels van artikel 9b Wet IB 1964 past.
De middelen van de Staatssecretaris tegen de toelating van de premie/koopsommethode behoeven geen bespreking omdat de aanslag moet worden verminderd volgens het primaire standpunt van belanghebbende. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en de aanslag wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 321.627 (€ 145.948).
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar bedrag van ƒ 321.627 (€ 145.948).