ECLI:NL:HR:2001:ZD1821
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot opzettelijk brandstichten en ontploffing met gemeen gevaar
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, wegens poging tot opzettelijk brandstichten en het veroorzaken van een ontploffing waarbij gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor anderen werd geducht.
De feiten betroffen het opendraaien van een gaskraan en het doorsnijden van een gasslang in de woning van de verdachte, waardoor een explosief mengsel van aardgas en lucht ontstond. De brandweer trof de verdachte aan met een brandende sigaret in de hand, wat het risico op ontbranding vergrootte. Een deskundigenrapport stelde dat de gemeten gasconcentratie onder de explosiegrens lag en dat een brandende sigaret in principe geen explosief mengsel kan ontsteken, maar erkende ook dat nabij de bron hogere concentraties mogelijk zijn en vonken van een sigaret wel tot ontsteking kunnen leiden.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof dat sprake was van voorwaardelijk opzet en een aanmerkelijke kans op brand of explosie niet onbegrijpelijk was, ook gezien de omstandigheden en het deskundigenrapport. Het beroep van de verdachte werd verworpen en de veroordeling bevestigd.
De uitspraak benadrukt dat bij poging tot brandstichting en ontploffing het explosiegevaar niet volledig hoeft te zijn bereikt op het moment van ingrijpen door derden en dat de aanwezigheid van een brandende sigaret in een gasgevulde ruimte voldoende risico inhoudt voor voorwaardelijk opzet.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot vijftien maanden gevangenisstraf wegens poging tot opzettelijk brandstichten en ontploffing met gemeen gevaar.