ECLI:NL:HR:2001:ZD2604

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 april 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
02556/00 E
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • G.J.M. Corstens
  • A.J.A. van Dorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 413 SvArt. 265 SvArt. 8.40 Wet milieubeheer
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens schending procesrechtelijke termijn bij verstekprocedure

In deze strafzaak werd de verdachte bij verstek veroordeeld door het Gerechtshof Amsterdam wegens overtreding van milieuregels. De dagvaarding was echter niet tijdig betekend volgens artikel 413 Sv Pro, omdat deze werd uitgereikt aan de griffier vanwege onbekende verblijfplaats van de verdachte.

Het hof vervolgde het onderzoek ondanks het ontbreken van toestemming voor verkorting van de termijn en het niet verschijnen van de verdachte, wat strijdig is met de vereisten van een behoorlijke procesorde. De Hoge Raad oordeelde dat dit procesverzuim leidde tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting binnen de regels van het procesrecht. Dit arrest benadrukt het belang van correcte betekening en naleving van termijnen bij verstekprocedures.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens niet-naleving van de betekeningstermijn en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

10 april 2001
Strafkamer
nr. 02556/00 E
KD/
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, Economische Kamer, van 2 december 1998, nummer 23/002048-98, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op
[geboortedatum] 1966, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Utrecht van 3 december 1996 - de verdachte ter zake van "opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 8.40, eerste lid, van de Wet milieubeheer, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een geldboete van tweeduizendvijfhonderd gulden, subsidiair vijfentwintig dagen hechtenis.
2.Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.T.C.M. Crepin, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
3.Beoordeling van de bestreden uitspraak naar aanleiding van het middel en ambtshalve
Volgens de akte van uitreiking die is gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om op 18 november 1998 op de terechtzitting van het Hof terecht te staan, is deze dagvaarding op 9 november 1998 uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam "omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is". De in art. 413, eerste lid eerste volzin, Sv voorgeschreven termijn van tien dagen is dus niet in acht genomen.
Nu de stukken van het geding niets inhouden waaruit zou kunnen volgen dat de verkorting van de termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van de verdachte en blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep de verdachte daar niet is verschenen en verstek tegen hem is verleend, had het Hof het onderzoek ter terechtzitting op grond van art. 413 Sv Pro in samenhang met art. 265, derde lid, Sv dienen te schorsen. Het Hof heeft het onderzoek ter terechtzitting nadat verstek tegen de niet verschenen verdachte was verleend echter voortgezet.
Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak oplevert.
4.Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier E.H. Schulten, en uitgesproken op 10 april 2001.