ECLI:NL:PHR:2001:ZD2604
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verstekvonnis ondanks afwezigheid verdachte bij milieuovertreding
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die door het gerechtshof Amsterdam is veroordeeld voor opzettelijke overtreding van milieuregels. De verdachte was niet verschenen bij de terechtzitting, waarna verstek tegen hem werd verleend. Het cassatiemiddel klaagde dat het hof het onderzoek had moeten schorsen om de verdachte alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn.
De Hoge Raad overwoog dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend aan de griffier omdat geen woon- of verblijfplaats van de verdachte bekend was. Historische gegevens toonden aan dat de verdachte in die periode geen geregistreerd adres had en niet gedetineerd was. Het hof mocht daarom aannemen dat de verdachte vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen, zoals beschermd door internationale verdragen.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het feit dat de verdachte werd vervolgd voor een bedrijfsgerelateerde overtreding geen duidelijke aanwijzing vormt dat hij niet vrijwillig afzag van zijn recht op aanwezigheid. Er was geen bewijs dat de verdachte op het bedrijfsadres verbleef of dat het hof de oproeping had moeten schorsen. Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verstekvonnis blijft in stand.