ECLI:NL:HR:2001:ZD2782
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in strafzaak toegang verboden terrein
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch, waarin verdachte was veroordeeld voor het zich bevinden op verboden terrein zonder daartoe gerechtigd te zijn. De verdachte stelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, zowel in eerste en tweede aanleg als in de cassatiefase.
De Hoge Raad oordeelde dat in eerste en tweede aanleg geen tijdoverschrijding was aangevoerd, waardoor dit niet in cassatie kon worden betoogd. Wel werd vastgesteld dat tussen het instellen van het cassatieberoep en het ter griffie ontvangen van de stukken bijna 19 maanden waren verstreken zonder bijzondere omstandigheden, wat een overschrijding van de redelijke termijn opleverde. De Hoge Raad stelde dat ondanks deze overschrijding het belang van normhandhaving zwaarder weegt dan het verval van het recht tot vervolging.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het bestreden vonnis slechts voor wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete en verminderde deze van 75 gulden naar 65 gulden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De geldboete wordt verminderd van 75 gulden naar 65 gulden wegens overschrijding van de redelijke termijn.