ECLI:NL:HR:2001:ZD2932
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert vervangende hechtenis in ontnemingszaak wederrechtelijk voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin aan de betrokkene een verplichting tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel was opgelegd, met subsidiair vervangende hechtenis van 80 dagen.
De Procureur-Generaal had in hoger beroep een vervangende hechtenis van 60 dagen gevorderd, maar het hof legde abusievelijk 80 dagen op. De Hoge Raad constateerde deze kennelijke vergissing en besloot de vervangende hechtenis te verminderen tot 60 dagen.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor zover het de hechtenis van 80 dagen betrof en verbeterde dit in 60 dagen. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De beslissing betreft een ontnemingsmaatregel wegens wederrechtelijk verkregen voordeel.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, waarbij de waarnemend-griffier aanwezig was.
Uitkomst: De vervangende hechtenis is verminderd van 80 naar 60 dagen, het beroep is verder verworpen.