ECLI:NL:HR:2001:ZD3022
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van belastingschade en kostenvergoeding na onteigening door gemeente Almelo
In deze zaak stond centraal de vraag of en in welke omvang eiser aanspraak kon maken op schadeloosstelling wegens belastingschade als gevolg van onteigening door de gemeente Almelo, alsmede welke kosten van rechtsbijstand en deskundige bijstand ten laste van de gemeente moesten komen.
Het Hof Arnhem had het bedrag van de schadeloosstelling vastgesteld op f 520.444 en de gemeente veroordeeld tot betaling van diverse kostenposten, waaronder kosten van accountants, adviseurs en de raadsman van eiser. Tevens werden de kosten van de door de Rechtbank en het Hof benoemde deskundigen aan de gemeente opgelegd.
De Hoge Raad overwoog dat de middelen van cassatie die de wijze van berekening van de belastingschade aanvechten, niet tot cassatie konden leiden omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Ook het middel dat stelde dat het Hof buiten de verwijzingsopdracht was getreden, faalde omdat het Hof zich niet onjuist had opgesteld.
De Hoge Raad verwierp het beroep in cassatie en veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding, waarmee het arrest van het Hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het Hof Arnhem blijft in stand.