ECLI:NL:PHR:2001:ZD3022
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over vaststelling belastingschade en kostenvergoeding bij onteigening coniferenkwekerij
De zaak betreft de vervroegde onteigening van een perceel cultuurgrond waarop een coniferenkwekerij werd geëxploiteerd. De gemeente Almelo vorderde onteigening in verband met een bestemmingsplan. De rechtbank stelde de schadeloosstelling vast op ƒ 454.000, maar het betaalde voorschot was hoger, waardoor eiser tot terugbetaling werd veroordeeld. Eiser stelde cassatie in tegen dit vonnis.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onvoldoende onderzoek had gedaan naar de belastingschade en dat het hof een juiste kapitalisatiefactor moest toepassen. Tevens werd geoordeeld dat het hof de door eiser ingediende onkostennota's opnieuw moest beoordelen met inachtneming van het hoor en wederhoor-beginsel. De Hoge Raad vernietigde het vonnis en verwees de zaak naar het hof voor verdere behandeling.
In de procedure voor het hof werd de belastingschade vastgesteld op basis van bedrijfsbeëindiging en een aangepaste kapitalisatiefactor. Het hof matigde diverse kostenposten van deskundigen en accountants, waarbij het belang en de redelijkheid van de kosten werden meegewogen. De rentevergoeding over het meerdere boven het voorschot werd berekend naar analogie van wettelijke rente, waarbij samengestelde rente werd aangenomen. De kosten van rechtsbijstand werden deels toegewezen, waarbij het hof partijen ieder hun eigen kosten liet dragen.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof binnen zijn beoordelingsvrijheid bleef en dat de kostencompensatie voldoende was gemotiveerd. Het cassatieberoep van eiser werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak voor herbeoordeling van belastingschade en kostenvergoeding; het cassatieberoep wordt verworpen.