ECLI:NL:HR:2002:AD5202
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor opzettelijk toebrengen van brandwonden met aansteker
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld wegens het opzettelijk toebrengen van zware brandwonden aan een persoon door met een brandende aansteker tegen diens trainingsbroek te houden, waardoor deze vlam vatte. De verdachte voerde aan dat het handelen een ongeluk was, gebaseerd op een spelletje waarbij men een vuurtje tegen de broek hield zonder opzet om letsel toe te brengen.
Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat de verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans op het veroorzaken van brandwonden en dat hij deze kans willens en wetens heeft aanvaard. De verdachte was destijds 17 jaar en lasser van beroep, wat zijn inzicht in de gevolgen versterkte. Het hof achtte het verweer van jeugdige onbezonnenheid en het eigen levensgevaar onvoldoende onderbouwd.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep, omdat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd en het oordeel begrijpelijk was. De Hoge Raad vond geen reden om de bestreden uitspraak te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond.
Het vonnis werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 15 januari 2002.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot vier weken voorwaardelijke jeugddetentie wegens opzettelijk toebrengen van brandwonden.