ECLI:NL:HR:2002:AD5378
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsgebruik ambtsedig proces-verbaal ondanks ontbreken mededeling zwijgrecht
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een veroordeling door de Rechtbank Rotterdam wegens overtreding van artikel 3.3.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 1994. De verdachte werd veroordeeld tot twee weken hechtenis. Het bewijs bestond onder meer uit een ambtsedig proces-verbaal van de politie waarin verklaringen van de verdachte waren opgenomen.
Het cassatiemiddel richtte zich tegen het gebruik van dit proces-verbaal als bewijs, omdat niet was gebleken dat de verdachte was geïnformeerd over zijn recht om te zwijgen, zoals vereist in artikel 29, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad oordeelde echter dat de vaststelling of op de betreffende momenten sprake was van een verhoor en of de mededeling had moeten worden gedaan, een feitelijke beoordeling is die aan de feitenrechter is voorbehouden.
Omdat in de procedure geen feiten waren aangevoerd die een verzuim van de mededelingsplicht aannemelijk maakten, kon de Hoge Raad in cassatie niet voor het eerst deze klacht met succes aanvoeren. Het cassatieberoep werd daarom verworpen en het vonnis van de Rechtbank bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot twee weken hechtenis blijft in stand.