ECLI:NL:HR:2002:AD6268
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie tegen veroordeling medeplegen doodslag
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin hij werd veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor medeplegen van doodslag. Het hof had het vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Roermond vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het primair ten laste gelegde, maar veroordeeld op subsidiaire grondslag.
In hoger beroep had de raadsman van verdachte verzocht om een reconstructie van de plaats delict om de versies van verdachte en medeverdachten te toetsen. Dit verzoek werd door het hof afgewezen omdat de situatie ter plaatse door werkzaamheden zodanig was gewijzigd dat een betrouwbare reconstructie niet mogelijk was.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de afwijzing van het verzoek tot reconstructie op voldoende en begrijpelijke gronden heeft gebaseerd. De overige middelen van cassatie leiden niet tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het arrest van het hof. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren op 29 januari 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot zes jaar gevangenisstraf voor medeplegen van doodslag blijft in stand.