ECLI:NL:HR:2002:AD6459
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingheffing na herkapitalisatie en aandelenverkoop
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een belastbaar inkomen waarbij een deel was belast tegen het bijzondere tarief van 45% en 20%. Na bezwaar werd deze aanslag verminderd, waarna belanghebbende in beroep ging bij het hof. Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur en stelde de aanslag vast op basis van een lagere belastinggrondslag, waarbij rekening werd gehouden met een herkapitalisatie van aandelen volgens artikel 58 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de herkapitalisatie in aanmerking moest worden genomen bij de bepaling van het belastbare inkomen. De Hoge Raad verwierp het standpunt van de Staatssecretaris dat de herkapitalisatie buiten beschouwing moest blijven op grond van de kasgeldarresten en fraus legis.
De Hoge Raad bevestigde dat bij de verkoop van aandelen het volledige op uitgereikte aandelen gestorte kapitaal, ook na toepassing van artikel 58, moet worden betrokken. Tevens werd geoordeeld dat de wetstoepassing uit de kasgeld- en holdingarresten niet van toepassing was omdat de uitgekeerde reserves de aanwezige reserves bij eerdere verkoop overtroffen. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.