ECLI:NL:PHR:2002:AD6459
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over herkapitalisatie en wetsontduiking bij aanmerkelijk belangheffing
Belanghebbende hield een aanmerkelijk belang in meerdere vennootschappen, waaronder B B.V., die als een besmette kasgeldvennootschap werd aangemerkt. In 1992 voerde B B.V. een herkapitalisatie uit waarbij een groot deel van de winstreserve werd omgezet in aandelenkapitaal en een dividend in contanten werd uitgekeerd. Kort daarna werden de aandelen van B B.V. verkocht.
De Inspecteur stelde dat dit samenstel van rechtshandelingen was gericht op het ontlopen van de progressieve aanmerkelijk belangheffing door gebruik te maken van de herkapitalisatiefaciliteit tegen een lager tarief, en betoogde dat sprake was van wetsontduiking. Het Hof verwierp dit standpunt en oordeelde dat de herkapitalisatie en verkoop niet in strijd waren met doel en strekking van de wet.
De Hoge Raad overweegt dat het Hof verzuimd heeft te beslissen over het geschilpunt of sprake was van een samenstel van rechtshandelingen dat uitsluitend was gericht op belastingontduiking. Ook heeft het Hof onvoldoende gereageerd op de stelling van de Inspecteur dat een deel van de oude winstreserve niet in het aandelenkapitaal was omgezet en derhalve bij verkoop als inkomsten uit vermogen moest worden belast.
De Hoge Raad concludeert dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en vernietigt deze. De zaak wordt verwezen naar een ander Hof voor nadere beoordeling, waarbij onder meer moet worden beslist over de vraag of het samenstel van rechtshandelingen in strijd is met doel en strekking van artikel 24 Wet Pro IB 1964. De herkapitalisatie zelf wordt niet als strijdig met de wet beschouwd, maar het achtergebleven deel van de winstreserve bij verkoop vereist nadere toetsing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling over mogelijke wetsontduiking.