ECLI:NL:HR:2002:AD6633

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 januari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/093HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.H.M. Jansen
  • J.B. Fleers
  • A.G. Pos
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wetboek van RechtsvorderingFaillissementswet 288Wet op de rechterlijke organisatie 81Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 176
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieverzoek schuldsaneringsregeling na afwijzing rechtbank en bekrachtiging hof

Verzoeker heeft op 19 april 2001 een verzoek ingediend bij de Rechtbank te Zutphen tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank sprak op 10 mei 2001 de voorlopige toepassing uit, benoemde een rechter-commissaris en bewindvoerder, maar wees het verzoek uiteindelijk af bij vonnis van 14 juni 2001.

Verzoeker ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem, dat het vonnis van de rechtbank bij arrest van 12 juli 2001, hersteld op 26 juli 2001, bekrachtigde. Tegen dit arrest stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Daarom verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere afwijzing van de schuldsaneringsregeling voor verzoeker.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

25 januari 2002
Eerste Kamer
Nr. R01/093HR
AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 19 april 2001 ter griffie van de Rechtbank te Zutphen ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - verzocht ten aanzien van hem de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
Bij vonnis van 10 mei 2001 heeft de Rechtbank ten aanzien van [verzoeker] de voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van mr. J.C. van der Hooft tot rechter-commissaris en mr. F.G. Verstraaten tot bewindvoerder. Na mondelinge behandeling ter terechtzitting van 14 juni 2001 heeft de Rechtbank bij vonnis van dezelfde datum het verzoek afgewezen.
Tegen het vonnis van 14 juni 2001 heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem.
Na behandeling van de zaak ter terechtzitting van 5 juli 2001 heeft het Hof bij arrest van 12 juli 2001, hersteld bij arrest van 26 juli 2001, het bestreden vonnis bekrachtigd.
Beide arresten van het Hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof van 12 juli 2001 heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en A.G. Pos, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 25 januari 2002.