ECLI:NL:HR:2002:AD6989
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding in hoger beroep wegens onjuiste betekening aan verdachte met buitenlands adres
De zaak betreft een verdachte die in eerste aanleg bij verstek is veroordeeld voor een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994. De dagvaarding in hoger beroep werd aan de griffier uitgereikt omdat de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland had, maar wel een adres in België. Volgens de oude wetgeving moest de dagvaarding ook aan de griffier worden betekend en moest deze het stuk doorzenden zodra een Nederlands adres bekend werd.
De Hoge Raad stelt vast dat de huidige wettelijke regeling (artikel 588 Sv Pro) niet langer vereist dat de dagvaarding aan de griffier wordt uitgereikt indien een buitenlands adres bekend is. De betekening dient uitsluitend te geschieden door toezending van het openbaar ministerie, rechtstreeks of via de bevoegde buitenlandse autoriteit. De dagvaarding is echter niet aan het buitenlandse adres van de verdachte verzonden, maar alleen aan de griffier, wat niet voldoet aan de wettelijke eisen.
De Hoge Raad oordeelt dat de dagvaarding in hoger beroep nietig is verklaard omdat de betekening niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. Hierdoor kan het bestreden arrest van het gerechtshof niet in stand blijven en wordt het vernietigd. De dagvaarding in hoger beroep wordt nietig verklaard, waarmee de procedure in hoger beroep niet ontvankelijk is.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens onjuiste betekening aan verdachte met buitenlands adres.