ECLI:NL:HR:2002:AD6991
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens toepassing gewijzigde strafbepaling en termijnoverschrijding in militaire strafzaak
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die als militair weigerde iedere dienst te verrichten. Het hof Arnhem had de verdachte veroordeeld tot onbetaalde arbeid en een geldboete, in plaats van gevangenisstraf.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de gewijzigde versie van art. 9, tweede lid, Sr heeft toegepast, terwijl het bewezen feit vóór de wetswijziging is gepleegd. Hierdoor had het hof de oude regeling moeten hanteren, waarbij het opleggen van een hoofdstraf samen met een andere hoofdstraf in principe niet was toegestaan.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, wat een strafvermindering bij de straftoemeting rechtvaardigt. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening, waarbij rekening moet worden gehouden met de termijnoverschrijding.
De overige onderdelen van het beroep worden verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken op 22 januari 2002.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting met inachtneming van de termijnoverschrijding.