ECLI:NL:HR:2002:AD7317
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- A.G. Pos
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie in civiele vordering tot betaling
Eiseres vorderde bij de kantonrechter betaling van een bedrag van ƒ 45.336,69 vermeerderd met wettelijke rente van betrokkene A. De kantonrechter wees de vordering af. Eiseres ging in hoger beroep bij de rechtbank, die het vonnis van de kantonrechter bekrachtigde. Na het overlijden van betrokkene A nam zijn rechtsopvolgster de procedure over. Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het eindvonnis van de rechtbank.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het cassatieberoep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren C.H.M. Jansen (voorzitter), A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer A. Hammerstein op 25 januari 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten.