ECLI:NL:HR:2002:AD7325
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in civiele procedure over betaling en proceskosten
Eiser vorderde bij de Kantonrechter Rotterdam betaling van een bedrag vermeerderd met buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente. De Kantonrechter wees de vordering toe, maar de Rechtbank Rotterdam vernietigde het vonnis voor zover het de buitengerechtelijke kosten betrof en wees die vordering af. Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het eindvonnis van de Rechtbank.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de proceskosten van het cassatiegeding.
De uitspraak bevestigt de afwijzing van de vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten en legt de proceskosten van het cassatiegeding bij eiser. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Jansen, Fleers, Pos en uitgesproken door Hammerstein op 25 januari 2002.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de proceskosten van het cassatiegeding.