ECLI:NL:PHR:2002:AD7325
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid schuldoverneming ondanks faillissement en nietig ontslag
In deze zaak stond centraal de vraag of de overnemer van aandelen in een failliete vennootschap gehouden is tot betaling van pensioenpremies voortvloeiende uit een overeenkomst tussen de vennootschap en een werknemer. De werknemer was op staande voet ontslagen, maar dit ontslag werd nietig verklaard door de kantonrechter. De vennootschap werd failliet verklaard, waarna de werknemer betaling van de pensioenpremies vorderde van de aandeelhouder die de aandelen had overgenomen.
De Hoge Raad bevestigde dat het ontslag op staande voet nietig was en dat de arbeidsovereenkomst daardoor voortduurde. Tevens werd geoordeeld dat de schuldoverneming, waarbij de koper van de aandelen de verplichting tot betaling van de pensioenpremies overnam, een zelfstandige rechtshandeling is die losstaat van de onderliggende overeenkomst. De schuldoverneming was volgens de Hoge Raad voltooid, omdat de vereiste kennisgeving en toestemming van de schuldeiser konden worden aangenomen.
Het beroep van de aandeelhouder op vernietiging van de koopovereenkomst wegens dwaling en bedrog werd afgewezen, omdat dit geen invloed heeft op de geldigheid van de schuldoverneming zelf. Ook het faillissement van de vennootschap en de nietigheid van het ontslag leidden niet tot het vervallen van de betalingsverplichting. Het cassatieberoep werd verworpen en de proceskosten werden aan de appellant opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de schuldoverneming is geldig en de betalingsverplichting blijft bestaan.