ECLI:NL:HR:2002:AD7363
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van vordering tot betaling en immateriële schadevergoeding door Hoge Raad
Eiser heeft verweerders gedagvaard en gevorderd tot betaling van een geldsom en vergoeding van immateriële schade. De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen en het hof heeft dit vonnis bekrachtigd. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Er was geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en eiser veroordeeld in de kosten van het geding, welke aan de zijde van verweerders nihil zijn begroot. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2002.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt afwijzing van de vorderingen.