ECLI:NL:HR:2002:AD7379

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 februari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/116HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • H.A.M. Aaftink
  • O. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 FaillissementswetArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep cassatie inzake afwijzing schuldsaneringsregeling

Verzoeker en zijn echtgenote hebben bij de rechtbank te 's-Gravenhage een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis van 22 augustus 2001 af. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank op 25 september 2001 bekrachtigde.

Tegen het arrest van het hof stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het oordeel van het hof en de rechtbank. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2002.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

1 februari 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/116HR
AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr W. van Leuveren.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 28 september 2000 gedateerd verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie tezamen met zijn echtgenote, [...], - verder te noemen: [verzoeker] (en zijn echtgenote) - zich gewend tot de Rechtbank te 's-Gravenhage en verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 22 augustus 2001 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft alleen [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 25 september 2001 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 1 februari 2002.