ECLI:NL:HR:2002:AD8556
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vermindering aanslag inkomstenbelasting na beroep
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 76.529. Na bezwaar werd deze aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 62.166 door de Inspecteur.
Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep gegrond verklaarde, de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en de aanslag verder verminderde tot een belastbaar inkomen van ƒ 58.166.
Tegen deze uitspraak van het Hof stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en voerde enkele klachten aan. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Hiermee werd het arrest van het Hof bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt door de Hoge Raad ongegrond verklaard en het Hof-arrest bevestigd.