ECLI:NL:HR:2002:AD8769
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbevoegdheid indiener namens college
Belanghebbende betwistte de vastgestelde waarde van een onroerende zaak door het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden en ging in beroep bij het Hof. Het Hof vernietigde de beschikking en stelde de waarde lager vast. Tegen deze uitspraak stelde X cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Het cassatieberoep werd ingediend door A, die zich voordeed als juridisch beleidsmedewerker, maar niet vermeldde namens het college op te treden en geen mandaat of volmacht overlegde. Later diende B, sectorhoofd, een aanvulling in zonder mandaatbewijs. Belanghebbende stelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk was wegens onbevoegdheid.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Gemeentewet het college van burgemeester en wethouders bevoegd is tot het instellen van cassatieberoep, en dat deze bevoegdheid gemandateerd kan worden aan een lid van het college of een ondergeschikte ambtenaar mits dit tijdig en schriftelijk is vastgelegd.
Aangezien A niet had aangegeven namens het college op te treden en geen mandaat of volmacht had overgelegd, ontbrak de bevoegdheid. Er was geen herstel van dit verzuim mogelijk. Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk en veroordeelde de indiener in de proceskosten, te betalen door de gemeente Leeuwarden.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens onbevoegdheid van de indiener.