ECLI:NL:GHSHE:2002:AF0597
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.E. van Hilten
- P. Fortuin
- J.W. Verstraate
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken tijdige machtiging gemeente in omzetbelastingzaak
De gemeente X had bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over april 1999. Het bezwaarschrift was ingediend door de heren B en C, die door de gemeente gemachtigd waren voor het bezwaar. Na een uitspraak van de Inspecteur op 28 april 2000, dienden B en C op 25 mei 2000 namens de gemeente een beroepschrift in bij het gerechtshof. De Inspecteur betwistte echter dat zij tijdig gemachtigd waren om beroep in te stellen.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaarden B en C dat zij pas medio mei 2000 telefonisch contact hadden gezocht met het hoofd technisch beheer van de gemeente om machtiging te verkrijgen voor het beroep, aangezien de eerdere machtiging slechts betrekking had op het bezwaar. De formele machtiging door burgemeester en wethouders werd pas op 22 december 2000 verleend, ruim na het verstrijken van de beroepstermijn.
Het hof oordeelde dat geen tijdige machtiging was verleend vóór het einde van de beroepstermijn en verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad die stelt dat in dat geval het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering konden rechtvaardigen. Het hof wees ook een verzoek tot proceskostenvergoeding af en bepaalde dat het betaalde griffierecht na onherroepelijkheid aan de gemeente wordt teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tijdige machtiging.