ECLI:NL:HR:2002:AD9181
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugverwijzing wegens onrechtmatig gebruik anoniem proces-verbaal
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte deels werd vrijgesproken en deels veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf voor doodslag.
In het cassatieberoep werd aangevoerd dat het hof onterecht een ambtsedig proces-verbaal gebruikte waarin een anonieme persoon verklaarde zonder dat diens identiteit bekend was, terwijl de verdediging had verzocht deze persoon te horen. Zowel de rechtbank als het hof hadden dit verzoek afgewezen.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 344, derde lid, Wetboek van Strafvordering, het gebruik van een schriftelijk bescheid met een verklaring van een onbekende persoon slechts is toegestaan indien het bewijs wordt gesteund door ander bewijsmateriaal en de verdachte geen wens tot ondervraging heeft geuit. Omdat de verdediging dit wel had gedaan, was het gebruik van het proces-verbaal onrechtmatig.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het bestreden arrest voor zover het op dit bewijs was gebaseerd en verwees de zaak terug naar het Hof te Amsterdam voor hernieuwde behandeling op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens onrechtmatig gebruik van een anoniem proces-verbaal en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.