ECLI:NL:HR:2002:AD9335
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding huurovereenkomst woning door Hoge Raad
De woningbouwvereniging heeft op 19 april 1999 de huurder gedagvaard voor ontbinding van de huurovereenkomst betreffende een woning en ontruiming daarvan. De Kantonrechter wees de vordering af na een gerechtelijke plaatsopneming. De rechtbank bekrachtigde dit vonnis in hoger beroep. Vervolgens stelde de woningbouwvereniging beroep in cassatie in tegen het vonnis van de rechtbank.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Er was geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het beroep verworpen.
De woningbouwvereniging werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de woningbouwvereniging wordt verworpen en de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst afgewezen.