ECLI:NL:HR:2002:AD9837
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over niet-ontvankelijkheid bezwaar baatbelasting
Belanghebbende kreeg een aanslag in de baatbelasting opgelegd door de gemeente De Ronde Venen. Het hoofd van de stafdienst Financiële en Economische Zaken verklaarde het bezwaar tegen deze aanslag niet-ontvankelijk. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep eveneens niet-ontvankelijk verklaarde en het verzet ongegrond verklaarde.
In cassatie stelde belanghebbende dat het Hof ten onrechte oordeelde dat een brief van 27 oktober 2000, waarin zij de rechtmatigheid van de niet-ontvankelijkverklaring betwistte, niet tijdig was ingediend. De Hoge Raad stelde dat het Hof onvoldoende had vastgesteld wanneer de brief was ontvangen en hoe deze was verzonden, terwijl volgens artikel 6:9 lid 2 Awb Pro het beroepschrift tijdig kan zijn indien het binnen een week na het verstrijken van de beroepstermijn bij het Hof is ontvangen.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van het Hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling, met inachtneming van de overwegingen in dit arrest. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten aan de zijde van belanghebbende.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het vonnis van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.