ECLI:NL:HR:2002:AE0595
Hoge Raad
- Cassatie
- W.E. Haak
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem, waarin hij werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van ƒ 193.745,-- aan de Staat, dan wel subsidiair tot 570 dagen hechtenis wegens ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het hof had in hoger beroep een eerdere beslissing van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem vernietigd en de ontnemingsmaatregel opgelegd. Het cassatieberoep werd ingediend door betrokkene, maar de schriftuur werd te laat ingediend bij de Hoge Raad.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat er geen grond was voor ambtshalve vernietiging van het bestreden arrest en verwierp het cassatieberoep. Daarmee bleef de ontnemingsmaatregel gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel van ƒ 193.745,-- blijft gehandhaafd.