ECLI:NL:PHR:2002:AE0595
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep wegens te late indiening van schrifturen
Het Gerechtshof Arnhem legde veroordeelden de verplichting op tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Tegen deze uitspraken werd cassatieberoep ingesteld door de veroordeelden, vertegenwoordigd door mr. Moszkowicz. De kern van het geschil betrof de vraag of de middelen tijdig waren ingediend binnen de termijn van 60 dagen na de aanzegging ex art. 435 Sv Pro.
De Hoge Raad analyseerde de aanzeggingen in beide zaken: voor betrokkene A was de aanzegging rechtsgeldig betekend op 3 maart 2001, voor betrokkene B op 2 maart 2001, met een latere onjuiste mededeling van 16 maart 2001 die werd gecorrigeerd op 26 maart 2001. De schrifturen werden op 18 mei 2001 ontvangen, wat na de termijn viel.
De Hoge Raad concludeerde dat de schrifturen te laat waren ingediend en dat geen gronden bestonden om ambtshalve te vernietigen. Het beroep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens te late indiening van schrifturen.