ECLI:NL:HR:2002:AE0742
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van vordering tot betaling door verweersters in cassatie bevestigd door Hoge Raad
Eiser heeft bij het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen een vordering ingediend tegen verweersters, waarbij hij hoofdelijk betaling van een geldsom vorderde. Het Gerecht wees de vordering af op 24 januari 2000. Eiser stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, dat het vonnis van het Gerecht op 3 oktober 2000 bevestigde.
Vervolgens stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Verweersters hebben geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd verworpen en eiser werd in de kosten van het geding in cassatie veroordeeld, die aan de zijde van verweersters nihil werden begroot.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.