ECLI:NL:HR:2002:AE1022
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek marihuanakosten als buitengewone lasten
Belanghebbende, bij wie in 1993 een acute HIV-infectie werd vastgesteld en in 1994 de diagnose aids, gebruikte marihuana om bijwerkingen van medicatie tegen te gaan. Voor het jaar 1996 had hij in zijn aangifte inkomstenbelasting kosten voor de aanschaf van marihuana opgevoerd ter hoogte van ƒ 9125 als buitengewone lasten.
De Inspecteur betwistte dat deze kosten daadwerkelijk waren gemaakt. Het Hof stelde vast dat belanghebbende geen bewijs had geleverd ter onderbouwing van zijn kosten en geen verklaring gaf voor het ontbreken van bewijs. Op grond daarvan wees het Hof de aftrek af.
De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel een feitelijke beoordeling betreft die in cassatie niet kan worden getoetst en dat het oordeel voldoende gemotiveerd is. Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de aftrek van de marihuanakosten.
Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 20 december 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aftrek van marihuanakosten wordt afgewezen.