ECLI:NL:HR:2002:AE1173
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete en hechtenis wegens overschrijding redelijke termijn in zaak wapens en munitie
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie (WWM), waaronder het voorhanden hebben van munitie en het medeplegen van het overdragen van vuurwapens en munitie van categorie III. Het hof legde een gevangenisstraf van één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een geldboete van duizend gulden, subsidiair twintig dagen hechtenis op.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken tussen het instellen van het cassatieberoep en de behandeling van de zaak. Gelet op het belang van normhandhaving en het belang van de verdachte bij verval van het recht tot strafvervolging, besloot de Hoge Raad tot strafvermindering.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de wetgeving waarop de veroordeling was gebaseerd niet in strijd was met de notificatieplicht uit de Europese richtlijnen, omdat het ging om herhaling van reeds bestaande technische voorschriften zonder nieuwe specificaties. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest uitsluitend wat betreft de hoogte van de geldboete en de duur van de vervangende hechtenis, verminderd tot 400 euro en negen dagen hechtenis respectievelijk, en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: De geldboete werd verminderd tot €400 en de vervangende hechtenis tot negen dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep werd verder verworpen.