ECLI:NL:HR:2002:AE1735
Hoge Raad
- Cassatie
- W.E. Haak
- G.J.M. Corstens
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatieberoep wegens ontbreken middelen van cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. De verdachte was ten tijde van de bestreden uitspraak gedetineerd maar ontvluchtte het Huis van Bewaring, waardoor aanzegging van de behandeling van het cassatieberoep niet persoonlijk kon plaatsvinden.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en stelde vast dat de aanzegging van de zitting rechtsgeldig was geschied volgens de Cassatieregeling en het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen. De aanzegging werd uiteindelijk uitgereikt aan de griffier van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, omdat geen bekende woon- of verblijfplaats van de verdachte in Nederland of de Nederlandse Antillen bekend was.
Echter, omdat de verdachte niet vóór de zitting schriftelijk middelen van cassatie had ingediend door een raadsman, werd het voorschrift van art. 11, tweede lid, van de Cassatieregeling niet nageleefd. Hierdoor kon de verdachte niet in het beroep worden ontvangen.
De Hoge Raad verklaarde daarom de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en wees het beroep af zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het ontbreken van ingediende middelen van cassatie.