ECLI:NL:HR:2002:AE2762
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel en vervangende hechtenis
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, waarbij het hof een betalingsverplichting van ƒ 15.355,-- oplegde aan de betrokkene, met een vervangende hechtenis van één dag. De Advocaat-Generaal stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de draagkracht van de veroordeelde niet voldoende heeft meegewogen bij het bepalen van de vervangende hechtenis.
De Hoge Raad benadrukte dat volgens artikel 36e, vierde lid, Wetboek van Strafrecht de rechter rekening kan houden met de draagkracht van de veroordeelde bij het vaststellen van het te betalen bedrag. Tevens is de vervangende hechtenis bedoeld om de veroordeelde te dwingen tot betaling, en moet de duur daarvan in redelijke verhouding staan tot het bedrag.
Het hof had de vervangende hechtenis op slechts één dag gesteld, ondanks de vastgestelde grote schuldenlast van de betrokkene, zonder de betalingsverplichting te matigen. Dit miskende de strekking en het karakter van de vervangende hechtenis. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de betalingsverplichting en vervangende hechtenis.