ECLI:NL:HR:2002:AE3165
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over belastingtarief bij statusverlies beleggingsinstelling en dividenduitkeringen
Belanghebbende, die in 1997 een aanmerkelijk belang hield in een vennootschap die haar status als beleggingsinstelling verloor, kreeg een navorderingsaanslag opgelegd omdat dividenduitkeringen tegen verschillende tarieven belast moesten worden. De Inspecteur handhaafde de aanslag, het Hof verklaarde het beroep ongegrond en de Hoge Raad werd in cassatie ingeschakeld.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte aannam dat de Inspecteur niet bekend kon zijn met de statuswijziging van de vennootschap, maar wijst ook op een onbewuste omissie in de wetgeving omtrent de belastingheffing op dividenden binnen acht maanden na statusverlies. De wet voorziet niet in een regeling voor dividenden die uit winsten komen die tegen het reguliere vennootschapsbelastingtarief zijn belast.
De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de vraag of de dividenduitkeringen de wettelijk verplichte winstuitkeringen overschrijden. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor nadere behandeling.