ECLI:NL:HR:2002:AE3576
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens beperkte veroordeling voor overtreding gevaarlijk dier
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin hij was vrijgesproken van het primair tenlastegelegde misdrijf maar veroordeeld voor een subsidiaire overtreding: het niet voldoende zorgdragen voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier. Het hof legde een geldboete van 250 gulden op, subsidiair vijf dagen hechtenis.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Volgens artikel 68 (oud) van het Wetboek van Strafvordering is beroep in cassatie tegen een arrest van het hof inzake overtredingen slechts mogelijk indien in de einduitspraak een straf of maatregel is opgelegd die niet beperkt is tot een geldboete van maximaal vijfhonderd gulden, tenzij het gaat om overtredingen van bepaalde openbare lichamen.
Omdat de opgelegde geldboete in deze zaak lager was dan de wettelijke drempel en het cassatieberoep kennelijk niet gericht was tegen de vrijspraak, verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 25 juni 2002.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van verdachte niet-ontvankelijk wegens de opgelegde geldboete onder de wettelijke drempel.