ECLI:NL:HR:2002:AE3825
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek lijfrentelast bij schenking zonder aanvaarding derdenbeding
Belanghebbende, Stichting X, ontving een lijfrente geschonken door B met een last tot uitkering aan derden binnen twee jaar. Na bezwaar tegen een aanslag in het recht van schenking werd deze door het Hof verminderd, maar niet geheel toegewezen zoals door belanghebbende gewenst.
In cassatie stelde Stichting X dat de last tot uitkering aan derden in aftrek moest komen op grond van artikel 5 lid 3 van Pro de Successiewet 1956. De Hoge Raad oordeelde dat zolang de derden het derdenbeding niet hebben aanvaard, belanghebbende als verkrijger van de lijfrente geldt en de last niet in aftrek kan worden gebracht.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat derden pas verkrijgers krachtens schenking worden na aanvaarding van het derdenbeding. Omdat dit niet was gebeurd, faalt het cassatiemiddel en wordt het beroep ongegrond verklaard.
De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en sprak het arrest uit op 7 juni 2002.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de lijfrentelast niet in aftrek komt zolang derden het derdenbeding niet hebben aanvaard.