ECLI:NL:HR:2002:AE4436
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- C.H.M. Jansen
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst woonruimte en landbouwschuur bij belangenafweging eigen gebruik
In deze zaak stond de ontbinding van een huurovereenkomst betreffende een woonruimte en landbouwschuur centraal. De verhuurder had de huur opgezegd wegens dringend eigen gebruik van de woning. De kantonrechter wees de vordering tot ontbinding toe en veroordeelde de huurder tot ontruiming per 1 februari 1999.
De huurder ging in hoger beroep bij de rechtbank, die de ontbinding en ontruiming afwees. De rechtbank motiveerde dit met een belangenafweging op grond van artikel 7A:1623e lid 1 onder 3° BW, waarbij de zwaarwegende belangen van de huurder om in de woning te blijven wonen en het belang van de woning voor de exploitatie van hun winkel werden meegewogen.
De verhuurder stelde cassatie in bij de Hoge Raad, die het beroep verwierp. De Hoge Raad bevestigde dat de rechtbank de juiste maatstaf heeft toegepast en dat de belangenafweging ten gunste van de huurder juist was. De Hoge Raad veroordeelde de verhuurder in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verhuurder wordt verworpen en de ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen.